Forensisch congres Davos

Interesse

‘Wie wat vindt heeft slecht gezocht’

Deze paradoxale formulering is ontleend aan de titel van een dichtbundel en een daarin opgenomen gedicht van Rutger Kopland, dichter en, onder zijn eigen naam R(udi). H. van den Hoofdakker, psychiater (1934-2012).

Rutger Kopland is als dichter een waarnemer die zoekt naar de werkelijkheid achter die subjectieve waarneming. Een waarnemer die beseft dat hij alles wat hij ziet bezielt met zichzelf, en dat dé werkelijkheid niet objectief zichtbaar, niet kenbaar is. Dus pas op: als je wat vindt is de kans groot dat het is wat je zocht te vinden.

Die paradox kan ook, ongemerkt, een rol spelen in het werk van de gedragskundige rapporteur. In het strafrechtelijke frame kan de (gewezen) werkelijkheid de blik scherpen op wat gevonden moet worden, bijvoorbeeld was de verdachte wel of niet toerekeningsvatbaar?

Maar dit aspect kan ook een rol spelen in minder direct strafrechtelijke items. Zijn onderzoeksinstrumenten gender gerelateerd en zo ja in welke mate? En, in welke mate bepalen ongekende aspecten het beoordelen van onderzoeksresultaten? In hoeverre bepalen richtlijnen, regels en gestructureerde feedback mede de kwaliteit van de rapportage? Kortom: in hoeverre wordt het zoeken naar de werkelijkheid bepaald door ordenende en framende aspecten die niet steeds kenbaar zijn, waardoor het risico bestaat dat we vinden wat de randvoorwaarden van de zoektocht waarschijnlijk en doeltreffend maakt?

Binnen dit thema wordt in het programma van de Masterclass op diverse terreinen gezocht en, naar verwachting, gezamenlijk gevonden.