Forensisch congres Davos

Onderwerpen

Plenair

 

Openingssessie: Ontmoetingen in een treincoupé

Prof. dr. mr. Pauline Schuyt, hoogleraar Sanctie recht en Straftoemeting
Universiteit Leiden

Lotte Vermeulen, cabaretier en psycholoog


Om goed te adviseren of te rapporteren is het belangrijk om een situatie te kunnen beoordelen met oog voor het perspectief van de opdrachtgever. Door middel van transformatieve onderwijsvormen oefenen de deelnemers met het kijken ‘door de bril van de ander’. Bovendien leren de deelnemers elkaar beter kennen. Dit schept een stevige basis voor onderling vertrouwen en onderlinge samenwerking, waarvan tijdens het vervolg van de masterclass kan worden geprofiteerd.

 

Voor de tuchtrechter

Mr. Yvo van Kuijck, Raadsheer-plaatsvervanger, voormalig vice-president; tevens lid van het Centraal
Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg en het Veterinair Beroepscollege

Mr. Harry Stikkelbroeck, Voorzitter Adviescollege
Verloftoetsing TBS


Na “behandeling van een tuchtrechtelijke klacht ter zitting” wordt er in groepen “geraadkamerd”. Vervolgens plenaire bespreking van de casus en uitkomsten in raadkamer. Tenslotte een korte uiteenzetting van relevante materiele en procesrechtelijke aspecten van het tuchtrecht voor de gezondheidszorg.

Leerdoel:
Algemene kennis van het tuchtrecht, de procedurele gang van zaken en valkuilen voor de professional.

 

De rapporteur tussen feedback en toetsing 

Mr.drs. Eric Bakker, senior raadsheer bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
voorzitter van het College gerechtelijk deskundigen

Dr. Sabine Roza Psychiater en universitair hoofddocent
NIFP en Psychologie Erasmus MC

Drs. Joost Marx, Psychiater
NRGD, PJ rapporteur, Centrum Autisme

Drs. Coen van Gestel, geneesheer-directeur, psychiater
De Forensische Zorgspecialisten, rapporteur PJ, raad Penkamer


De PJ-rapporteur werkt onafhankelijk en moet bij diverse registers aantonen dat de kennis en kunde op peil is. Naast de beroepsvereniging en BIG-registratie is een NRGD-registratie vereist. Ook het NIFP kijkt mee, door conceptrapportages te lezen en van feedback te voorzien. In dit onderdeel van het programma wordt dit ‘mijnenveld’ van alle kanten belicht. Hoe houdt de rapporteur zich hierin staande? En hoe borgen wij met z’n allen dat kwaliteit getoetst wordt, maar dat de procedures niet afschrikken en dat goede rapporteurs opgeleid worden en behouden blijven?

 

Interdisciplinaire stoelendans: zorg of zegen?

Prof. dr. mr. Pauline Schuyt, hoogleraar Sanctie recht en Straftoemeting
Universiteit Leiden

Bij het opmaken van een rapportage lijkt het nogal eens dat de rapporteur zich (onbewust) laat leiden door de (on)mogelijkheden die de wet volgens hem of haar biedt. De rapporteur lijkt zich dus de wet toe te eigenen en op de stoel van de rechter te gaan zitten. Terwijl het uiteindelijk de rechter is die bepaalt welke sanctie wordt opgelegd. Andersom lijkt het of de rechter bij het bepalen van de straf steeds vaker een zodanige sanctie componeert, dat deze eerder een behandelplan is dan een klassieke sanctie. De rechter gaat daarmee op de stoel van de gedragsdeskundige zitten, want uiteindelijk is het alleen de gedragsdeskundige die écht kan inschatten welke behandeling geïndiceerd is. Zowel de rechter als de rapporteur denkt te handelen ‘in lijn van wat de ander verwacht’, met oog en respect voor de andere discipline. Het is de vraag of dat een zorg of een zegen is.

Leerdoelen:
- Inzicht krijgen in de expertise van en de taakverdeling tussen rechter en rapporteur.
- Een mening vormen over de vloek of zegen van interdisciplinariteit bij de sanctieoplegging.

 

Van dromen, nachtmerries en daden: de rol van de professional in de moderne samenleving.

Harry Beintema, Directeur behandeling FPC
Dr. S. Van Mesdag, Forint/Lentes en voorzitter TBS Nederland

 
Behandelaren beginnen aan hun opleiding en training met een ideaal, of zo u wil een droom. Het beter maken van mensen. In het forensisch veld spitst zich dat daarnaast ook toe op het daarmee veiliger laten zijn van de maatschappij. Dat levert vanouds spanning op, omdat de samenleving impliciet verwacht dat daarmee alle problemen opgelost zijn. De laatste jaren verhevigt die verwachting zich, met een uitgesproken veiligheidsutopie. Nieuw is ook dat incidenten en calamiteiten persoonlijk worden aangerekend. Met name door moderne media worden behandelaren, bestuurders, rechters en rapporteurs persoonlijk over de hekel gehaald. Wie schreef dat rapport, wie sprak het vonnis uit? De droom verandert zo in een nachtmerrie, en de angst regeert niet alleen politiek maar gaat ook de professie beheersen. De kans op defensief handelen en risicomijdend gedrag neemt daarmee toe, en risico’s nemen niet af maar toe! De samenleving en patiënten zijn daar niet bij gebaat, en maakt dan dus ook niet meer goed gebruik van de mogelijkheden die de forensische psychiatrie wel kan bieden. 


Op andere terreinen betreden artsen de politieke arena. Longartsen pleiten voor het afschaffen van roken. En wat doen wij?
Wie staat er dan op en spreekt zich uit over wat de maatschappij van forensische vakmensen mag en kan verwachten? Wie mag nog relativeren? Wie durft nog wat te zeggen als de Onderzoeksraad heeft gesproken? In deze lezing probeer ik een nieuwe brug te verkennen. Een brug tussen de realiteit van de echte wereld en ons vak, tussen nachtmerries en dromen, tussen ivoren toren en de realiteit. Want als we niets zeggen, kan ook niemand ons horen. Als we niets laten horen gaat een droom verloren, wat de realiteit alleen maar gevaarlijker maakt. Op naar een maatschappelijke invloed van de professionaliteit.

Leerdoelen:
- Zicht hebben op de consequenties van het veiligheidsparadigma en medialogica op de uitoefening van de professionele 
  verantwoordelijkheid. 
- Kennis van de mogelijkheden om vanuit de professionaliteit invloed uit te oefenen in de samenleving, gericht op het 
  benutten van de mogelijkheden van de forensische psychiatrie.

  

 

Workshop

 

Dilemma’s en mogelijkheden bij de advisering van jeugdige verdachten

Drs. Medy Hulshof, zelfstandig GZ-psycholoog
F.C. Teylingereind, Sassenheim

Drs. Mick Haveman, pro-justitia Rapporteur
F.C. Teylingereind, Sassenheim

 
Aan de hand van een aantal fictieve casus worden de dilemma’s rondom het rapporteren bij jeugdigen en adolescenten besproken. Doel van deze besprekingen is met de deelnemers te verkennen in hoeverre bij de jeugdadvisering soms een andere kijk nodig is dan bij volwassen advisering.

Daarnaast zal sprake zijn van een korte verkenning van het behandelaanbod bij jeugdige daders.



Tussen Droom en Daad: succes en nachtmerries in een FPA

Harry Beintema, Directeur behandeling FPC
Dr. S. Van Mesdag, Forint/Lentes en voorzitter TBS Nederland

Drs. Hanneke Kooi, psychiater en inhoudelijk manager FPA, Zuidlaren
Forint en Lentes


De principes van forensisch behandelen liggen al lang klaar. Het Risk-Need-Responsivity model van Andrews en Bonta is daarbij een leidend model. In de buitenwereld gaat het veel over het risico, en dan vooral voor de samenleving. In deze workshop onderzoeken we de dagelijkse praktijk in een FPA. Daar spelen Need en Responsivity vaak een grote rol. De behandelaren zien met u als rapporteurs de risico’s, maar wat is nodig? En Hoe groot is de kans op responsiviteit? Juist in de FPA is de controle en zijn de toezichtsmogelijkheden veel beperkter dan in de TBS. Toch moet in vaak korte tijd gewerkt worden met uw goed opgebouwde adviezen. Wat zijn casus waar de behandelaren nog met veel plezier op terugkijken? Wat zijn hun nachtmerries? En kunt u in uw advisering de feedback van deze collega’s gebruiken?
Aan de hand van concrete vignetten uit de echte praktijk werken we aan het bedenken van het behandelplan, en proberen een realistisch traject te maken.

Leerdoelen
- Inzicht in de mogelijkheden van behandeling op een FPA op het gebied van behoefte en responsiviteit, binnen de duur van een
  maatregel.
- Het vertalen van dit inzicht in de dagelijkse praktijk van advisering aan de rechtbank.



Als tussen droom en daad geen wetten in de weg staan

Prof. dr. mr. Pauline Schuyt, hoogleraar Sanctie recht en Straftoemeting
Universiteit Leiden

Drs. Peter Braun, Clustermanager Patiëntenzorg LFPZ 
Pompestichting Nijmegen

Sancties worden opgelegd met een doel. Ook bij het opmaken van een advies of rapportage heeft de adviseur of de rapporteur een bepaald doel voor ogen. Tijdens de workshop wordt onderzocht hoe sancties en interventies zich verhouden ten opzichte van de beoogde doelen en welke rol het wettelijke kader daarbij speelt.

Leerdoelen:
- Het verband leren leggen tussen doel en interventie.
- Ervaren wat het is om binnen en buiten de wettelijke kaders te denken.